De Volkskrant publiceerde eind mei 2026 een opiniestuk van Rieke Schouten en Suzanne Kooij van het RCOAK met het pleidooi om juist het potentieel van migrantenouderen te zien en te benutten, in plaats van altijd de nadruk te leggen op hun beperkingen. Hieronder de integrale tekst van het stuk zoals het in de Volkskrant is gepubliceerd.
Benut het potentieel van een miljoen migrantenouderen in onze samenleving.
Door Suzanne Kooij en Rieke Schouten
Nederland telt ruim een miljoen ouderen met een migratieachtergrond. De manier waarop beleid, fondsen en media naar deze groep kijken, loopt echter ver achter op wat er in de praktijk zichtbaar is.
Want in beleidsnotities, fondsenwerving en media komen vaak dezelfde woorden terug: kwetsbaar, eenzaam, zorgbehoevend. En ja, het leven van oudere migranten is vaak niet gemakkelijk. Het huidige beeld miskent echter de rol en waarde die oudere migranten hebben en kunnen hebben: als verbinders in de buurt, als dragers van kennis en geschiedenis, als mensen met een positieve en actieve bijdrage aan hun gemeenschap en onze maatschappij als geheel.
In de afgelopen maanden bezochten en portretteerden we zeven initiatieven die door het RCOAK worden ondersteund. We spraken met dansers en filmmakers, met vrouwen die leren om nee te zeggen en mannen die gastlessen geven aan schoolkinderen. We zaten in keukens en buurtcentra, in bibliotheken en zalen vol leven. Wat er altijd was: energie, humor, verbondenheid.
Carlo (82) uit De emigratie generatie vertelt zijn migratieverhalen aan kinderen in Utrecht, samen met andere deelnemers van dit initiatief. Het Danspaleis organiseert bijeenkomsten waarbij alle ouderen ten dans worden gevraagd. Ayse begeleidt vrouwen in Amsterdam Nieuw-West en ontdekte daarin een roeping waarvan ze zelf niet had durven dromen.
Dit zijn geen uitzonderingen. Dit zijn de uitkomsten van initiatieven die bewust anders werken: niet vanuit de vraag wat een groep ontbeert, maar vanuit de vraag wat er samen mogelijk is. Dat levert iets op wat reguliere welzijnsprogramma’s zelden bereiken: gemeenschappen die zichzelf dragen.
| “Er schuilt een enorm maatschappelijk potentieel in ouderen met een migratieachtergrond. Dat potentieel onbenut laten is een gemiste kans voor de gehele samenleving en een verspilling van waardevol sociaal kapitaal.”
Uit het openingsartikel van de RCOAK-reeks |
Wat maakt deze initiatieven succesvol? Niet een slim programma of een goed subsidiedossier. Wat ze gemeen hebben is een kloppend hart: een grote persoonlijke betrokkenheid, een visie op gelijkwaardigheid en de intentie om het samen goed te hebben. Tatiana de la Fuente van Sfera zegt het zo: “Ieder mens is een mysterie voor mij, krachtig, kwetsbaar, gelijkwaardig en nooit volledig in te vullen.” Suna Duijf van Het Danspaleis: “Iedereen hoort erbij, iedereen wordt gezien. Je zet een toon waardoor duidelijk is: dit is een plek waar iedereen veilig is en mag zijn wie die is.”
Dat klinkt eenvoudig. Toch is het precies wat vaak ontbreekt in het reguliere welzijnsaanbod. Gemeenten betalen welzijnsorganisaties om ‘de doelgroep te bereiken’, maar die hebben vaak de grootste moeite daarmee. Fondsen sturen op projecten met een einddatum, terwijl community groeit op continuïteit en vertrouwen. Het resultaat: bewezen aanpakken moeten telkens opnieuw bewijzen dat ze bestaan, terwijl de mensen die het verschil maken structureel te weinig middelen hebben.
Tegelijkertijd zeggen gemeenten en fondsen eenzaamheid te willen aanpakken, sociale cohesie te willen versterken en de kracht van wijken te willen benutten. De zeven initiatieven in deze reeks laten zien hoe dat er concreet uitziet: zoals bij Stadsreporters waar films buurtbewoners positiever naar hun eigen omgeving laten kijken of bij UP! waar vrouwen in Nieuw-West samen verder gaan dan ze ooit voor mogelijk hielden.
Als RCOAK willen we die omslag zelf ook maken, en anderen daartoe aansporen. Dat betekent: investeren in continuïteit in plaats van alleen opstartfases financieren. Het betekent: de expertise van bewezen initiatieven actief verbinden aan gemeenten en andere fondsen die zoeken naar wat werkt. En het betekent: eerlijk zijn over het feit dat we als sector soms te lang naar problemen hebben gekeken in plaats van naar potentieel. We hadden wat in te halen, en dat geldt ook voor collegafondsen.
De oproep aan gemeenten en collegafondsen is concreet: betrek de pioniers uit dit veld actief bij de doorontwikkeling van beleid en financieringsstructuren. Zij hebben de kennis, het netwerk en het bewijs. De initiatieven die mét de doelgroep zijn opgezet, die hebben bewezen hen echt te bereiken, verdienen meer structurele financiering én een plek aan tafel bij beleidsontwikkeling.
De communities zijn er al. Ze dansen, maken films, vertellen verhalen aan kinderen die ze niet kennen maar wel herkennen. De maatschappelijke winst zit in het structureel benutten van die kracht, voor de ouderen zelf en voor de buurten en steden waar ze deel van uitmaken.
