“Ik vind het belangrijk dat kinderen hun eigen leven in een groter kader leren zien” (Janina, 79, deelneemster)
Door: Rieke Schouten
‘Een nieuw begin’, dat is de titel van de verhalenmiddag van De emigratie generatie op 28 januari, waarvoor ik ben uitgenodigd. Geen gek thema voor de eerste bijeenkomst van 2026. Maar er is iets met ‘opnieuw beginnen’, ik weet het nog niet… Zo kom ik binnen bij buurthuis de Jager in Utrecht Overvecht. Eerst maar eens kennis maken met de ouderen hier en ontdekken waarom zij zo graag hun verhalen delen. En waarom ze dat ook op scholen doen.
Dit verhaal is onderdeel van een artikelenreeks van Stichting RCOAK over Communityvorming met oudere migranten. Lees hier het inleidende artikel. In het hart van de serie maak je kennis met zeven initiatieven die het RCOAK ondersteunt en die zeer effectief zijn in het laten floreren van communities van én met oudere migranten, door het bieden van dat ‘juiste zetje’. Rieke Schouten (Stichting RCOAK) bezoekt al deze initiatieven en doet zo van binnenuit verslag. De emigratie generatie is initiatief #6.
Een koffer vol verhalen
De emigratie generatie verzamelt al ruim 7 jaar de levensverhalen van mensen die in andere landen geboren zijn, de meesten al lang geleden, zo vertelt hun website. Hoe was hun kindertijd op een andere plek in de wereld? Waarom, wanneer en hoe kwamen ze naar Utrecht? Op welke manier lukte het hen om hier hun draai te vinden? De komst van mensen van overal is onderdeel van de gezamenlijke geschiedenis van de stad. Tijdens verhalenmiddagen vertellen de ouderen hun verhalen aan elkaar, aan de hand van een thema. Via gastlessen delen zij hun verhalen ook met kinderen van 10 tot 14 jaar.
Onderwijscoördinator Coco van der Horst vertelt dat zo’n schooltraject uit vier lessen bestaat. De eerste les verzorgt Coco zelf: “Ik neem zo’n grote, ouderwetse koffer mee. Die staat daar eerst een half uur op tafel; dat maakt de kinderen natuurlijk flink nieuwsgierig. Op een gegeven moment maken we ‘m samen open. Er zitten allemaal dingen in die je mee zou kunnen nemen als je vanuit een ander land naar Nederland zou emigreren”. In de tweede les komen de ouderen, ofwel de ‘vertelopa’s en -oma’s’. Zij worden geïnterviewd door kleine groepjes kinderen, met zelfbedachte vragen. Zo ontstaat een gesprek over en weer. De derde les verzorgt de eigen docent, daarin maken de kinderen een tekening, verhaal of gedicht over het emigratieverhaal dat ze hoorden. In de vierde bijeenkomst, waarbij doorgaans hun eigen ouders welkom zijn, presenteren ze dat aan de ‘vertelopa’s en -oma’s’. Dan is de cirkel rond: het verhaal komt terug bij de oudere verteller, nu door de ogen van kinderen.
Een nieuw begin
Vandaag is het geen ‘schooldag’, maar een verhalenmiddag waarbij de deelnemers onderling hun verhalen delen. Bij binnenkomst word ik hartelijk begroet door Kirsten van der Poel, projectleider Erfgoedverhalen en community bij De emigratie generatie. “Een mond vol”, zo lacht ze, “maar ik heb een prachtige baan. Ik vind het gewoon heel eervol om alle verhalen te mogen horen”. Het buurthuis heeft een grote, lichte ontvangstruimte. In een hoek staat een rechthoekige tafel voor ons klaar. Het oogt gezellig; er is koffie, thee en water, er zijn dadels en door Kirsten gebakken kokoscake. Naast een grote Sansevieria liggen fotoboeken, met emigratieverhalen van deelnemers. Mooi om foto’s van deze ouderen te zien van toen zij nog jong waren en hun leven opbouwden in de Domstad.
Eén dame is er al, en ze begroet me vriendelijk. Dan komen twee vrolijke mannen binnen: “het kan beginnen, de broers zijn binnen!”. Zij komen uit Suriname, zo vertellen ze me, en ze zijn inderdaad broers. Zo gaat het verder, iedereen die binnenkomt wordt hartelijk begroet. Als één van de laatsten komt een dame binnen met een elegante hoed. Ze zet een schaal op tafel: “pangsit goreng, het is halal hoor!” Uiteindelijk zijn er elf deelnemers, twee van hen doen voor het eerst mee.
Kirsten heet iedereen welkom. Ja, het gaat vandaag over ‘een nieuw begin’. Maar eerst doen we een rondje. De deelnemers vertellen niet alleen wie ze zijn, maar ook waar ze vandaan komen en waarom ze naar Nederland zijn gekomen. Hun verhalen zijn heel divers. Zo kwam Carlo (82) in 1962 vanuit Paramaribo om hier verder te leren, hij bleef daarbij binnen het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. Meli (85) werd in datzelfde jaar gerepatrieerd vanuit voormalig Nederlands-Nieuw-Guinea, omdat het daar voor haar als Molukse niet langer veilig was. Omar (83) kwam in de jaren ’70 vanuit Marokko naar Nederland, op zoek naar een beter leven. Het werken in de winkel van zijn grote broer was ‘met veel problemen’. Janina (79) kwam in 1965, vanuit Sarajevo in Joegoslavië, om in Utrecht te gaan wonen met haar kersverse Nederlandse man. Ze had hem een paar jaar eerder leren kennen tijdens een scoutingkamp, op een schip bij Dubrovnik. Wat ik mooi vind is dat veel deelnemers vol warmte spreken over het land waar ze geboren zijn, maar duidelijk ook gelukkig zijn in Utrecht: “Ja, ik heb in Suriname in het paradijs gewoond, maar ik vind Utrecht prachtig!”
Het gesprek gaat vervolgens over ‘een nieuw begin’. Voor een deel van de aanwezigen is dat nieuwe begin vervlochten met hun emigratie. Zoals voor Omar. Hij heeft hier altijd keihard gewerkt, 13 uur per dag, in twee banen, zodat hij ook geld naar zijn familie kon sturen. Ook nu hij met pensioen is, is hij elke dag actief, hij geeft sportles en is buurtvader. Omar is blij dat hij naar Nederland is gekomen, ondanks het harde werken: “het voelt vrij hier in Nederland. In Marokko werkte ik zeven dagen per week, het hele jaar. Maar hier kreeg ik altijd twee dagen vrij. Nederland is een paradijs”. Bij anderen gaat het nieuwe begin niet perse over de komst naar Nederland. Zo hoor ik ook verhalen over genezen na een slopende ziekte, over het begin van een mooie vriendschap, en over het ongetraind lopen van de Camino na het verlies van dierbaren. Ik vind de verhalen indrukwekkend, ontroerend en grappig, en ik ben duidelijk niet de enige: er wordt geklapt, er worden vragen gesteld en er wordt meegeleefd met elkaar. Als het gesprek te veel afdwaalt, of als een verhaal wel erg lang duurt, stuurt Kirsten of een deelnemer het gesprek weer een andere kant op. Zo is er tijd voor iedereen.
Herkenning en erkenning
Ook in het interview met een klein groepje achteraf ontpoppen de deelnemers zich als echte verhalenvertellers. Ze hebben foto’s van vroeger mee en tekeningen van schoolkinderen. Ze bevestigen dat ze graag naar de verhalenmiddagen komen. Meli: “Ik vind het heel interessant om alle verhalen te horen”. Daarbij is er veel onderlinge herkenning, Janina: “de één komt uit Suriname, de andere uit de Molukken en ik uit Joegoslavië. Maar we herkennen veel in elkaars verhalen, want migrant zijn heeft een aantal kenmerken: je hebt afscheid genomen van je land, van je cultuur, van je familie, van je dierbaren. Je komt in een land waar niemand je kent”. Voor Carlo komen die gesprekken heel dichtbij: “Het gaat hier over je identiteit. Wie je bent, hoe je je voelt, hoe je eruitziet. En waar je vandaan komt”.
Het betekent voor de ouderen ook veel om de verhalen met kinderen en tieners te delen, op scholen. Janina: “Ik vind het hartverwarmend, omdat ze zo nieuwsgierig zijn. De leerlingen schrijven alles op wat je zegt en ze komen met vragen. Ja, ze vinden het echt interessant. Dat is zo leuk, want je zou dat niet verwachten van zulke jonge kinderen. Ik voel me net een oma die verhalen vertelt tussen hen. Ik maak het ook een beetje smeuïg. Kijk, ik ben voor de liefde naar Nederland gekomen. Dat vinden ze romantisch natuurlijk!”
Onderwijscoördinator Coco is er keer op keer getuige van hoe de deelnemers genieten van de interactie met de kinderen: “Ik zie dat ze het heel fijn vinden om hun ervaringen te delen. Over hun land van herkomst en hoe het was om hier te komen. Ja, ik denk dat hen dat erkenning geeft”. Heel bijzonder daarbij is altijd de laatste les, met de presentatie door de kinderen. Coco: “het is toch wel emotioneel voor de mensen om hun verhaal elke keer weer net op een andere manier terug te krijgen. Dat is zo’n momentje van: ik heb uw verhaal gehoord. Ik zie dan vaak iets van trots bij de oudere”.
Iedereen bij De emigratie generatie heeft de drijfveer om de kinderen meer zicht op de geschiedenis te geven. Projectleider Kirsten: “In de geschiedenisboeken op school ontbreekt het vaak aan de verhalen van mensen uit de voormalige koloniën. Of verhalen die duidelijk maken waarom de Marokkaanse, Turkse en Spaanse arbeidsmigranten in de jaren zestig naar Nederland kwamen. Wij vinden het belangrijk om die ‘ongehoorde stemmen’ te laten klinken”. De deelnemers zijn het hier overduidelijk mee eens. Janina: “Waarom ik het zo belangrijk vind om die verhalen te vertellen, is dat je het verleden aan het heden koppelt. Aan de hand van wat allemaal geweest is, komt er weer een nieuwe periode. Ik vind het belangrijk dat kinderen hun eigen leven in een groter kader leren zien”. Die drijfveer heeft te maken met haar éigen geschiedenis: “Ik heb dat geërfd van mijn vader, denk ik. Hij was in de oorlog krijgsgevangene van de Duitsers. Met andere krijgsgevangenen droomde hij over de vrijheid, en hoe ze de wereld dan zouden willen vormgeven. Dat heeft hij mij altijd meegegeven”. Voor Carlo is het belangrijk dat de verhalen recht doen aan de werkelijkheid: “Toen ik naar Nederland kwam dachten de ‘Hollanders’ dat ik uit een achtergebleven gebied kwam, dat iedereen er arm was. Ik vertel graag hoe mooi Suriname is, en hoe ik daar geleefd heb, over de natuur en het eten. Ik vind het belangrijk om mijn verhaal blijven vertellen. Zodat die kinderen de verhalen op hun beurt door kunnen vertellen als zíj ouder worden”.
Een zaadje planten
Via het lesprogramma heeft De emigratie generatie ook een effect op de kinderen, en daarmee op de community. Het traject is leerzaam voor hen: ze leren om te interviewen, ze leren over andere landen, over de geschiedenis en over migratie. En daarmee leren ze ook over zichzelf, in het bijzonder de kinderen die een migratieachtergrond hebben. Coco: “De ouderen vragen vaak: ‘hoe is dat dan bij jullie thuis?’ We merken dat veel kinderen daar thuis eigenlijk helemaal niet over praten: hoe was het voor opa en oma om naar Nederland te komen?”. Kirsten vult aan: “Ja, het is ons doel om een zaadje te planten, zodat de kinderen ook vragen gaan stellen in hun eigen omgeving. Aan hun opa of een tante. En zo meer bewustzijn krijgen van hun eigen geschiedenis’.
Het is voor de kinderen daarnaast een mooie ervaring om in gesprek te gaan met iemand buiten hun eigen cirkel, met een andere leeftijd, religie of achtergrond. Omdat zij de oudere interviewen met een klein groepje medeleerlingen, voelen ook zij zich gezien en gehoord. Het bijzondere is dat dit ook werkt op scholen die als ‘moeilijk’ worden bestempeld. Coco: “die leerlingen zijn dan gewoon hartstikke netjes naar de ouderen. Zij moeten zich verdiepen in de wereld van die ouderen. En dat zorgt ervoor dat je verbinding krijgt met elkaar. Dat ontroert me”.
Het ‘juiste zetje’
In het openingsartikel werd het belang genoemd van het ‘juiste zetje’ waardoor oudere migranten aan een community bouwen. Hoe ziet dat ‘juiste zetje’ er bij De emigratie generatie uit? Heel belangrijk is de verbinding die ontstaat door de onderlinge herkenning. Janina noemt dat ‘het universele’: “Als migrant herken je elkaars ervaringen en problemen. Waar je ook vandaan komt of naartoe gaat, je bent verplant naar een ander land”. Precies dat universele bracht deelneemster Roos (Surinaamse achtergrond) zo prachtig onder woorden in de verhalenmiddag: “We zijn allemaal reizigers op aarde. We moeten met elkaar leven, met elkaar delen en elkaar liefhebben”. Kirsten noemt de diversiteit zelfs een kracht: “Voor deze ouderen was het misschien toen ze hier kwamen best moeilijk om anders te zijn. Maar bij De emigratie generatie is het vanzelfsprekend dat je een ander kleurtje of een ander geloof hebt. Je mag daarin gewoon jezelf zijn. Ondanks alle verschillen is er veel herkenning. Dat maakt de groep veilig”.
Van grote waarde is ook het ‘maatschappelijk van betekenis zijn’. Coco: “De vertelouderen voelen echt dat ze iets belangrijks doen voor de jeugd. Ze willen de jongere generatie niet aan hun lot over laten, maar hen iets meegeven voor hun leven”. Kirsten vult aan dat de positieve impact wederzijds is: “Het vertellen van die verhalen helpt de ouderen zelf om hun eigen geschiedenis een plek te geven. Misschien is het voor hen wel een tweede kans, omdat er in hun jonge jaren weinig aandacht was voor hun verhaal”.
Op de schouders van gisteren
Ik vertrek uit Utrecht met een hoofd vol verhalen. En ik begrijp nu ook waarom er vooraf iets bij mij kriebelde bij de titel ‘een nieuw begin’. Want eigenlijk bestaat opnieuw beginnen niet, toch?! Je neemt altijd jezelf mee, je persoonlijke geschiedenis en die van de wereld om je heen. Het ingrijpende, het verdrietige én het paradijselijke. Ja, we zijn allemaal reizigers, zoals Roos zo mooi zegt. Met een koffer die we met ons meedragen. Gelukkig kunnen we elkaar daarbij helpen, bijvoorbeeld door net zo nieuwsgierig te zijn als schoolkinderen wanneer iemand zijn of haar verhalenkoffer voor je opent. Of door een gezellige en liefdevolle reisgenoot te zijn voor de ander.
Volgens mij geldt het ook voor landen, dat je niet opnieuw kunt beginnen. Het Nederland van vandaag staat op de schouders van het Nederland van gisteren, of moet ik zeggen: van het Koninkrijk der Nederlanden? Daarom ben ik het eens met deze vertellers dat het zo belangrijk is om onze geschiedenis te kennen, in alle schoonheid en lelijkheid. Ja, het lijkt mij een uitstekend idee om de verhalen van Omar, Janina, Meli, Carlo en al die anderen een plek te geven in de geschiedenisles op onze scholen, en niet alleen in Utrecht!
Voor meer informatie over De emigratie generatie: www.emigratiegeneratie.nl of info@emigratiegeneratie.nl.
Dank, Lizzy Pruijssers, voor het afnemen van de interviews.