“We moeten initiatieven als deze met elkaar stutten, en de initiatiefnemers ondersteunen, want zij zijn essentieel voor de samenhang in onze buurten en wijken.” (Suzanne Kooij, directeur Stichting RCOAK)
Het was voor veel mensen een eyeopener toen we in november aan deze serie begonnen: dat er ruim een miljoen ouderen met een migratieachtergrond zijn in Nederland. Een groot getal én daarom ook meteen abstract. Voor veel initiatieven die het RCOAK ondersteunt zijn deze oudere migranten hun concrete, dagelijkse praktijk. We maakten verhalen over zeven van deze initiatieven, die er heel goed in slagen om communities van én met oudere migranten te laten opbloeien. Zo ontmoetten we de mensen achter die cijfers. Initiatiefnemers, vrijwilligers, en bovenal de ouderen zelf.
Dat was steeds weer een feest. We zagen en voelden het geluk dat de initiatieven brengen. We kregen inzicht in wat er precies voor nodig is om dat voor elkaar te krijgen: het ‘juiste zetje’. In dit slotartikel zetten we de belangrijkste uitkomsten op een rij en vertelt Suzanne Kooij, directeur van het RCOAK, wat zij hieruit opmaakt.
Slotartikel van de reeks Communityvorming met oudere migranten. Lees hier het openingsartikel plus de verhalen over de zeven initiatieven: Het Danspaleis, UP!, Sfera bij Jungle Amsterdam, Samen tegen Eenzaamheid, Stadsreporters, De emigratie generatie en de groepen bij de OBA.
Terug naar het begin
Het openingsartikel liet zien dat ouderen met een migratieachtergrond zich vaker en sterker eenzaam voelen dan ouderen die in Nederland zijn geboren. En dat ze te vaak worden neergezet als kwetsbaar, geïsoleerd of zorgbehoevend. Erger nog: dat ze over het hoofd worden gezien.
Daardoor zijn er drie hardnekkige blinde vlekken ontstaan. In de wetenschap, waar nauwelijks onderzoek bestaat naar de combinatie van oudere migranten en communityvorming. In media, politiek en maatschappij, waar migratie over het algemeen in termen van problemen en tekorten wordt geframed. En bij fondsen en financiers, die oudere migranten nog te gemakkelijk als kwetsbare doelgroep zien en daardoor de focus leggen op zorg en hulp op individueel niveau, in plaats van op kracht en maatschappelijke betekenis.
De initiatieven die het RCOAK ondersteunt laten zien dat het echt anders kan. Dat oudere migranten daar graag aan deelnemen, dat ze daar zelf veel geluk aan ontlenen, en dat hun betekenis voor de omgeving groeit. Er schuilt een enorm maatschappelijk potentieel in deze groep. Dat potentieel onbenut laten is een gemiste kans, voor iedereen.
Je hebt nog een naam
Wat eigenlijk heel bijzonder is: in de gesprekken met de ouderen bij de initiatieven ging het nauwelijks over kwetsbaarheid, ellende of eenzaamheid. Dat die in hun leven zeker een rol spelen hoorden we van de initiatiefnemers. Maar de ouderen zelf straalden. Ze vertelden over plezier, verbondenheid, voldoening.
Wie de verhalen terugleest, ziet dat de betekenis van de initiatieven op allerlei manieren beleefd en verwoord wordt. Met als kern: je leeft weer op. Je bent er. Groepsbegeleider Bianca verwoordde dat mooi in het verhaal over de OBA: “Je wordt herkend, je hebt nog een naam. Men weet wat er met je aan de hand is.”

Verbinding die verder reikt
Bij veel initiatieven is er ook impact buiten de bijeenkomsten. Mensen die elkaar eerst voorbijliepen, groeten elkaar nu op straat. Ze spreken af. Er ontstaan nieuwe communities. Wanneer het gaat om mensen met verschillende culturele achtergronden helpt dit bovendien om vooroordelen te verminderen. Dat doet iets met een buurt, het vergroot de medemenselijkheid.
Bij sommige initiatieven is die impact op de buurt of wijk extra groot. De filmpjes van Stadsreporters versterken aantoonbaar de verbinding in de buurt en geven buurtbewoners een positievere blik op hun eigen leefomgeving. Ze voelen meer motivatie om iets te doen, om samen problemen aan te pakken. De community van De emigratie generatie brengt gastlessen naar Utrechtse scholen. Kinderen leren er interviewen, horen over andere landen en de geschiedenis van migratie, en leren zo ook over hun eigen achtergrond.
Het is in de kern heel eenvoudig: als oudere migranten wél worden gezien, actief mee gaan doen en als communities zich ontwikkelen, groeit hun betekenis voor elkaar en voor anderen. Dan wordt hun sociaal kapitaal benut.
Het juiste zetje
In het openingsartikel werd al het belang van het juiste zetje benoemd: dat specifieke duwtje waardoor oudere migranten uit hun isolement kunnen komen. Bij de zeven initiatieven gingen we steeds op zoek naar hoe dat zetje er bij hen uitziet. In de serie verzamelden we zo een hele reeks van die duwtjes. Met een grote diversiteit, van innerlijke houding tot praktische randvoorwaarden.
Wat we vooral ontdekten: al deze initiatieven komen voort uit een kloppend hart, er is een grote persoonlijke betrokkenheid en dat vóelen deelnemers. Dat zorgt voor een innerlijke houding waardoor deze ouderen met een migratieachtergrond echt worden gezien en waarbij gelijkwaardigheid een bijna vanzelfsprekend uitgangspunt is. Er is daarbij de intentie om allemaal (team, vrijwilligers, deelnemers) met elkaar de verbinding aan te gaan, om het ‘gewoon’ samen goed te hebben. Zo bouw je stap voor stap aan een community en dat is zoveel meer dan een project realiseren.
Tatiana de la Fuente van Sfera geeft hier woorden aan: “Ieder mens is een mysterie voor mij, krachtig, kwetsbaar, gelijkwaardig en nooit volledig in te vullen”. En dat vertaalt zich in haar werkwijze: “In plaats van uit te gaan van aannames, werk ik vanuit continu afstemmen en navragen. Door behoeften niet vooraf in te vullen maar daarnaar te vragen, ontstaat er ruimte voor oprechte verbinding”. Jannekee Jansen op de Haar van De Jungle (thuishaven van Sfera) laat zien dat deze houding in de visie verankerd is: “Wij werken vanuit diep respect voor de mensen die komen en geven de vrouwen de kans om zelf regie te pakken. Zeker migrantenvrouwen krijgen vaak te horen of te voelen dat ze toch wat minder zijn. Omdat ze de taal niet spreken, of omdat ze geen of weinig opleiding hebben gehad. Ik vind dat we daarvan af moeten.”
Ook bij Het Danspaleis is heel duidelijk hoe dat kloppende hart doorwerkt in de activiteit, op de dansvloer in dit geval. Initiatiefneemster Suna Duijf: “Iedereen hoort erbij, iedereen wordt gezien. Je zet een toon waardoor het duidelijk is: dit is een plek waar iedereen veilig is en mag zijn wie die is. En ja, dan ontstaat er een sfeer waar je zoveel energie van krijgt.”
Elementen in de vormgeving van de aanpak die vaak terugkomen zijn culturele veiligheid en onderlinge herkenning, bijvoorbeeld bij de Kopi Kecil-groep groep voor Indische ouderen van Samen tegen Eenzaamheid. Daarnaast co-creatie, zodat mensen niet deelnemers zíjn maar mede-eigenaars. En continuïteit, zodat ouderen genoeg vertrouwen krijgen om zich echt te verbinden.
In randvoorwaardelijke zin is het essentieel dat het initiatief gedragen wordt door een team dat alles in huis heeft: het ‘vakmanschap’ om een geweldige methodiek te ontwikkelen, sociale vaardigheden en toegang tot de doelgroep. Dat zien we heel duidelijk bij de UP!-groepsgesprekken in Amsterdam Nieuw-West. Groepsbegeleider Ayse, zelf uit de wijk, kende veel vrouwen al. Ze zegt over haar samenwerking met initiatiefneemster Öznur Acar: “Zonder haar had ik het niet gedurfd. Zij heeft mij geholpen en ik heb een training gevolgd bij UP!”

‘Liefde is het fondament’
Als directeur van het RCOAK gaf Suzanne Kooij de opdracht voor deze artikelenreeks. Ze deed dat vanuit een overtuiging dat het fonds een omslag moet maken, en omdat het RCOAK daar ook andere fondsen en gemeenten bij wil betrekken.
“Het valt me op dat het in de verhalen zoveel gaat over het belang van gezíen worden”, zegt ze. “In onze cultuur staan economische waarde en individuele prestatie centraal. Daardoor worden ouderen minder gezien en minder gehoord, ze voldoen niet aan allerlei impliciete maatstaven die wij er in onze maatschappij op na houden. Ik ben bang dat dit voor migrantenouderen nog sterker geldt, want zij bewegen zich vaak buiten het gezichtsveld van welzijnsorganisaties en gemeenten. Het past bij het RCOAK om zich dan juist voor hen in te zetten, en om anderen daartoe te bewegen.”
Suzanne herkent sterk het belang van intrinsieke motivatie als basis. Het RCOAK is gehuisvest in een hofje met de naam ‘Liefde is het fondament’ in Amsterdam. En dat is het precies, zegt ze: “Achter alle succesvolle initiatieven voor en met oudere migranten staan initiatiefnemers die heel gedreven zijn voor de doelgroep en echt samen met hen willen optrekken. En dat niet even, maar jarenlang.”
Deze bevindingen zouden fondsen en gemeenten een duidelijke richting kunnen bieden. “We moeten initiatieven als deze met elkaar stutten, en de initiatiefnemers ondersteunen, want zij zijn essentieel voor de samenhang in onze buurten en wijken. Als fondsen kunnen we een initiatief helpen om tot bloei te komen: een eerste investering, ruimte om te groeien. Voor de verdere continuïteit zijn zowel fondsen als gemeenten onmisbaar.”
De pioniers uit deze serie zijn inmiddels ook de experts. Ze weten wat werkt, hebben het bewezen, en kunnen anderen op weg helpen. “Ik zou gemeenten en andere fondsen willen oproepen om die kennis te benutten, in plaats van steeds opnieuw te beginnen met vaak te generieke welzijnsprogramma’s die de doelgroep nauwelijks bereiken. Wat mij betreft moeten we het anders inrichten, in het belang van de oudere migranten en onze lokale gemeenschappen. De initiatieven die mét de doelgroep opgezet zijn en die hebben bewezen hen echt te bereiken, die dat juiste zetje kunnen bieden, zouden meer bij de ontwikkeling van beleid betrokken moeten worden én een meer structurele vorm van financiering moeten ontvangen, mijns inziens. In sommige gemeentes wordt hier overigens al aan gewerkt.”
Suzanne vindt dat vermogensfondsen zoals het RCOAK ook de hand in eigen boezem moeten steken. “Het RCOAK heeft een geschiedenis van ruim 420 jaar, lange tijd vooral gericht op ouderen met een Nederlandse achtergrond. Toen het kwartje viel dat er zo veel ouderen zijn met een migratieachtergrond, keken we eerst vooral naar hun problemen. Vervolgens lieten een aantal impactvolle initiatieven ons inzien wat een kracht en maatschappelijk potentieel er eigenlijk in deze ouderen zit. Dat was voor ons een nieuwe invalshoek! We hadden wat in te halen, en dat geldt ook voor collegafondsen, daar ben ik van overtuigd.”
Voor het RCOAK stopt het hier niet. Het fonds gaat door met het ondersteunen van initiatieven gericht op oudere migranten. En de reeks artikelen krijgt een vervolg: in het voorjaar van 2027 organiseert het RCOAK een werk- en inspiratiesessie voor professionals van welzijnsorganisaties, buurthuizen en gemeenten met hart voor oudere migranten. Samen met de hoofdpersonen uit de zeven verhalen: initiatiefnemers, vrijwilligers en de ouderen zelf.
Suzanne Kooij besluit: “Ik kan me er nu al op verheugen om een aantal van deze inspirerende en wereldwijze ouderen in de spotlights te zetten.”
Dit artikel werd in opdracht van het RCOAK geschreven door Jelte Bakker (socioloog en oprichter van Vintage Society) en Rieke Schouten (Projectleider bij Stichting RCOAK).