“Het is gewoon fijn om samen te zijn met mensen die je begrijpen”
(Fiona Schussler, initiatiefneemster van Kopi Kecil)
Door: Rieke Schouten
Deelnemen aan een bijeenkomst van Samen tegen Eenzaamheid bij Het Klokhuis Wijkcentrum+ in Amersfoort voelt als teruggaan naar mijn roots. Onmiskenbaar, het huis waar ik geboren en getogen ben, ligt – in vogelvlucht – slechts 350 meter verderop. Ik ben hier jarenlang niet geweest en ben een tikkie nerveus. Gek eigenlijk, wat teruggaan met mij doet: de omgeving voelt opmerkelijk vertrouwd. Maar het is ook vervreemdend, omdat zowel de buurt als ik niet meer hetzelfde zijn als 30 jaar geleden. Deze plek herinnert me bovendien aan een jeugd die niet altijd gemakkelijk was. Het zij zo. Ik ga naar binnen, want ik ben deze woensdagochtend in december te gast bij Kopi Kecil, een groep voor ouderen met ‘een gedeeld verleden in voormalig Nederlands-Indië’. Op dit moment realiseer ik me nog niet hoe complex en gelaagd de verbinding met hun roots voor deze ouderen is. Gelukkig zijn zij vrolijk en gastvrij, en gaan zij geduldig om met mijn gebrekkige kennis.
Dit verhaal is onderdeel van een artikelenreeks van Stichting RCOAK over Lees hier het inleidende artikel. In het hart van de serie maak je kennis met zeven initiatieven die het RCOAK ondersteunt en die zeer effectief zijn in het laten floreren van communities van én met oudere migranten, door het bieden van dat ‘juiste zetje’. Rieke Schouten (Stichting RCOAK) bezoekt al deze initiatieven en doet zo van binnenuit verslag. De Kopi Kecil groep van Samen tegen Eenzaamheid is initiatief #4.
Co-creatie en veilige beslotenheid
Samen tegen Eenzaamheid is een landelijke interventie, gericht op het verminderen van eenzaamheid bij ouderen met een migratieachtergrond. Onderzoekster Nina Conkova ontwikkelde de interventie in 2019 samen met Marzouka Boulaghbage van Stichting Al Amal in Utrecht. Zij ontdekten dat er veel eenzaamheid was bij deze ouderen, dat dit vaak een taboe was én dat de professionals hen eigenlijk maar weinig te bieden hadden. Dat wilden zij veranderen en zo ontstond de pilot Samen tegen Eenzaamheid. Nina: “het draait bij Samen tegen Eenzaamheid om lokale groepen ouderen die op regelmatige basis bij elkaar komen. De invulling kan heel divers zijn, maar er zijn twee kernelementen: co-creatie, dus met elkaar de groep opbouwen en invulling geven aan de bijeenkomsten. En daarnaast een veilige, besloten setting, waarin de deelnemers zichzelf kunnen zijn”.
Na de pilot heeft Stichting RCOAK zich verbonden aan de interventie, wat heeft geresulteerd in een flinke opschaling, met financiële ondersteuning van het Oranje Fonds. Tot nu toe hebben 28 maatschappelijke organisaties in totaal 43 groepen opgebouwd, met meer dan 500 deelnemers. Onderzoek laat de impact van de interventie zien, met positieve effecten op tal van aspecten: je thuis voelen en erbij horen; vriendschappen en er voor elkaar zijn; persoonlijke ontwikkeling en groei; algemeen welzijn en tevredenheid; verbondenheid in de buurt. Dit laatste vertaalt zich bijvoorbeeld in het kennismaken met lokale zorgaanbieders of het deelnemen aan andere activiteiten in de wijk.
De Kopi Kecil groep is één van de groepen die gestart zijn in oktober 2024, volgens de methodiek van Samen tegen Eenzaamheid. Initiatiefnemer Fiona Schussler van Het Klokhuis: “Wij merkten dat de Indische ouderen eigenlijk een vergeten groep waren. Pelita organiseert veel voor hen, maar dat is vooral in Den Haag. In gesprek met wat Indische ouderen ontdekten we dat zij graag samen willen zijn, gewoon zitten, wat kletsen”. Fiona is bewust heel laagdrempelig gestart: “We hebben gezegd: we gaan een Kopi Kecil, een ‘kopje koffie’ beginnen. Meer niet. Want we weten, als je doelen gaat stellen, dan worden Indische ouderen gelijk stil en onzichtbaar”. Vrijwillig begeleider Roy (74) vult aan: “En dat heeft gewerkt, we begonnen met 14 mensen en nu zijn we met 30.”
Indrukwekkende verhalen
Als ik op deze woensdagochtend in december de ruimte van Kopi Kecil binnenstap, is het al gezellig druk. Uiteindelijk zijn er zo’n 25 deelnemers, allemaal 70+. Ik vind een plekje tussen Monique en Piet en word hartelijk ontvangen. We raken meteen aan de praat. Piet vertelt me dat het een bont gezelschap is: “ik heb een Indische achtergrond, er zijn ook twee deelnemers met Molukse roots én ‘Totoks’ (van Nederlandse afkomst), meestal partner van iemand met Indische roots”. Als ik een cappuccino in de hand gedrukt krijg, laat ik de ruimte op me inwerken. Het ziet er gezellig uit, de zaal is lekker licht. Een lange tafel vult de ruimte en nodigt iedereen uit om aan te schuiven. Er liggen wat spelletjes en in een kast staan wajangpoppen.
Te midden van alle gezelligheid begint Emile (76) met het uitdelen van kaartjes. We gaan ‘Kletspot’ spelen, waarbij we om de beurt een vraag beantwoorden. Het valt me op dat Emile alle namen kent. “Hij is altijd de gangmaker” fluistert Piet. En ja, Emile reageert vaak op het antwoord, met een kwinkslag of een verdiepende vraag. Er wordt gelachen, en deelnemers hebben onderonsjes met elkaar. Eén van de deelnemers staat op als hij aan de beurt is, het heeft wat plechtigs. Hij vertelt dat hij hier pas voor de derde keer is en graag zijn verhaal wil delen. Wat volgt is een indrukwekkend verhaal, over zijn ‘Indische meisje’ en zijn uitzending als piloot naar Nieuw Guinea, om het laatste stukje Nederlands-Indië te verdedigen. Er wordt aandachtig naar hem geluisterd.
Als iedereen is geweest, wordt er nog een rondje ‘kopi kecil’ verzorgd door een paar deelnemers. Anderen gaan in de keuken aan de slag met de lunch. Er is nu geen programma, en er ontstaan overal in de zaal gesprekjes. Ik raak aan de praat met Isak (82). Hij vertelt me zijn levensverhaal en zal me dat later ook mailen. En dan krijg ik zomaar te horen dat hij in 1952 als klein jongetje naar Nederland vertrok, omdat het voor zijn vader als ‘Nederlander’ niet langer veilig was in Jakarta. Zijn moeder zag hij pas in 1997 terug, hij heeft al die tijd niet geweten waar zij woonde. Wauw, ik ben er stil van. Isak vertelt dat hij zich als kind altijd in de situatie heeft geschikt en er nooit met zijn vader over heeft gesproken, en verwijst daarnaar als ‘het Indische zwijgen’: “Ik denk dat mijn vader mij als kind nooit lastig heeft willen vallen met wat hij allemaal had meegemaakt, in het Jappenkamp onder andere. En toen ik volwassen was wilde ik het ook laten rusten, voor hem”. Het begint mij te dagen dat bijna alle mensen in deze zaal een eigen verhaal over hun familiegeschiedenis en roots kunnen vertellen.
De lunch is klaar: erwtensoep met worst, en voor eroverheen bawang goreng (gebakken uitjes) en sambal badjak, zelfgemaakt door Piet. Er ontspint zich een gesprek over het recept. Piet maakte het met knoflook, uien, rode pepers en sereh. “Geen trassi? Ik maak het altijd met trassi!” zegt een andere deelneemster. Anderen vinden trassi teveel stinken. Tijdens het eten worden er plannen gemaakt voor de gecombineerde Sint- en kerstbijeenkomst van volgende week, iets waar de deelnemers overduidelijk zin in hebben.
Hoe worden wij genoemd?
Ook in de interviews met de deelnemers en met begeleiders Fiona en Roy gaat het veel over de roots van de deelnemers. Dat begint met een hele terechte vraag van Emile: “hoe worden wij genoemd in het artikel?” Een vraag die het begin is van een historische les. Deze deelnemers willen ‘Indisch’ genoemd worden of ‘Indische Nederlanders’, en niet Indonesisch, want dat zijn ze niet. En zij benadrukken dat zij geen migrant zijn, want zij kwamen hier als Nederlands staatsburger naartoe. Ze hebben gelijk, zo realiseer ik me, en hun verhaal hoort dus eigenlijk niet thuis in deze serie over oudere migranten. Gelukkig vinden de deelnemers het goed dat ik het artikel toch schrijf, met de juiste woorden. Want zij willen graag dat hun verhalen verteld worden.
Er zit pijn in de geschiedenis, dat is duidelijk. Emile: “Dat het in onze ogen machtige Nederland in de Tweede Wereldoorlog zo snel capituleerde voor Japan, was een grote schok. Mijn vader was 20 en heeft geen goede jeugd gehad. Hij heeft een paar maanden gestreden in de KNIL (= Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) en is toen geïnterneerd in Birma. En zo heeft iedere Indische persoon een achtergrond van ‘hardship’. Iedereen heeft zijn geschiedenis”. Jan (76) hoorde pas op het sterfbed van zijn Indische schoonvader wat die allemaal had meegemaakt. De pijn raakt ook de rol van Nederland en de manier waarop Indische Nederlanders hier werden ontvangen, toen het na de onafhankelijkheid van Indonesië voor hen niet meer veilig was. Piet (77) vertelt dat zijn vader het daar moeilijk mee had. Er hing een groot spandoek toen ze in Nederland van boord gingen: ‘Ga terug naar je eiland!’. En er werd gedacht dat ze dom waren. Piet: “ik was acht toen ik hier kwam. En ik werd twee klassen teruggezet. Want ja, hij komt uit Indonesië”. Emile vult aan: “Maar ik kende alle provinciehoofdsteden al uit mijn hoofd. Wij leerden in Nederlands-Indië en Indonesië meer over Nederland dan andersom. Hoe kan dat?”
Deze geschiedenis heeft er ook voor gezorgd dat Indische mensen zich heel goed aanpassen, en dat deden ze vaak met een bescheiden en stille houding, door vooral niet op te vallen. Emile: “Wij proberen hier vanaf het begin gewoon het hoofd boven het water te houden. We wilden geen oude koeien uit de sloot halen, maar naar de toekomst kijken. We hebben ons het Nederlandse levenspatroon snel eigen gemaakt. We zijn gewoon mensen van twee werelden”. Winny (84) is het daar van harte mee eens: “dat is mijn moederland en dit is mijn vaderland”.
Heimwee naar iets dat er niet meer is
Het is duidelijk dat Kopi Kecil voor deze groep als een thuis voelt en daarom heel betekenisvol is. Ondanks dat er binnen de groep grote verschillen zijn: ‘de archipel is groot’ en door de geschiedenis heen zijn er statusverschillen gegroeid. Toch is er gezamenlijke grond. Winny: “er is heel veel verbinding met elkaar. Want wij komen ‘van hetzelfde eiland’, al zijn het eigenlijk veel verschillende eilanden. Vanuit die achtergrond zijn er zoveel verbindingspunten”. Initiatiefnemer Fiona ziet dat de behoefte aan die verbinding toeneemt naarmate mensen ouder worden, omdat de deelnemers dan meer bezig zijn met hun roots. Daarmee wordt de kans op eenzaamheid groter. Fiona: “het ingewikkelde is dat zij dan heimwee krijgen naar iets dat er eigenlijk niet meer is. Bij Kopi Kecil zijn de deelnemers onder elkaar, vanuit hun gedeelde geschiedenis en met hun eigen gewoontes. Het is gewoon fijn om samen te zijn met mensen die je begrijpen. Zij hoeven zich hier niet in te houden. Dus ze zijn thuis. Daar horen ook onderlinge plagerijtjes bij. Als iemand om nasi vraagt, dan zetten we hem een bord witte rijst voor, want dat is nasi. Als je wilt wat in Nederland nasi genoemd wordt, moet je om nasi goreng vragen. Dat is van die humor die we met elkaar delen, en dat kan omdat het onderling veilig is”.
Isak noemt Kopi Kecil een vriendengroep: “Ik heb geen broers en zusters, maar hier heb ik zoveel vrienden gekregen. Daar hoort bij dat we lief en leed uitwisselen. Maar niet alle mensen zijn open over hun verleden hoor, want soms doet het gewoon te veel pijn. En dat respecteren we”. Winny: “Maar het luisteren naar elkaar is hier heel belangrijk, ook als we het niet met elkaar eens zijn. We zijn hier allemaal met ons eigen verhaal.” Dat open luisteren brengt troost, zo wordt me duidelijk. De deelnemers bieden elkaar ook praktische hulp, bijvoorbeeld in het vervoer. Niet alleen naar deze bijeenkomsten, maar ook naar andere activiteiten: “Ik heb nog twee plaatsen over in de auto, wie gaat er mee?”
Het ‘juiste zetje’
In het openingsartikel werd het belang genoemd van het ‘juiste zetje’ waardoor oudere migranten aan een community bouwen. Hoe ziet dat ‘juiste zetje’ er bij Kopi Kecil/Samen tegen Eenzaamheid uit? Nina Conkova noemde al dat co-creatie heel belangrijk is bij Samen tegen Eenzaamheid: “Niet alleen helpt dat om bij het leefwereld van ouderen aan te sluiten en hun wensen en behoeftes te vervullen maar het maakt mensen ook co-eigenaren. Het is niet een initiatief waaraan ze méédoen, maar het is als familie die ze ontmoeten. Het zijn vrienden met wie ze lachen en huilen”. Fiona heeft vanaf het begin op ingezet op co-creatie: “Ik blijf bewust op de achtergrond. Ik geef af en toe speldenprikjes, maar de daadwerkelijke uitvoering, dat moeten de mensen zelf doen”.
Heel belangrijk bij Samen tegen Eenzaamheid is ook de veilige beslotenheid. En voor Kopi Kecil hangt dit sterk samen met ‘cultureel aanvoelen’. Het helpt daarbij dat Fiona en Roy ook een Indische achtergrond hebben, zo vinden de deelnemer en zij zelf. Fiona: “Ik weet daardoor ook wat er allemaal speelt en níet gezegd wordt. Soms doorbreek ik wel eens heel bewust dat ‘Indische zwijgen’ en raken we in het gesprek aan het trauma dat er vaak is. Maar ik doe dat op zo’n manier dat de mensen gewoon weer kunnen lachen aan het eind. Dat geeft mij een heel warm gevoel”. Roy: “Ja, dat is de echte voldoening”.
Tot slot is het heel belangrijk dat deze communities blijven bestaan en dat Kopi Kecil niet stopte na de tien bijeenkomsten die aanvankelijk in het projectplan stonden. Gelukkig gebeurt dit bij veel groepen van Samen tegen Eenzaamheid, zo blijkt uit onderzoek van Nina.
Indische buren
Voor ik naar huis terugga, rijd ik nog even langs het huis van mijn jeugd. Ja, het is gek en een beetje pijnlijk om terug te gaan naar mijn roots. Maar het was mijn jeugd en mijn leven en dat heeft me gevormd tot wie ik nu ben. Als ik stilsta voor onze oude voordeur, herinner ik me opeens dat rechts naast ons Indische mensen woonden. We hadden weinig contact, en als kind vond ik de etensgeuren vaak sterk. Zou dat die trassi geweest zijn? Een gemiste kans, zo realiseer ik me, dat ik nooit vragen heb gesteld en nooit heb geproefd. Gelukkig heb ik dat deze morgen wel gedaan, want de vriendelijkheid en de verhalen van deze Indische ouderen hebben me verwarmd. Net als de erwtensoep met sambal badjak.
Voor meer informatie over Kopi Kecil en Het Klokhuis: www.klokhuisamersfoort.nl of klokhuisamersfoort@gmail.com.
Voor meer informatie over Samen tegen Eenzaamheid: pruijssers@leydenacademy.nl.
Dank, Lizzy Pruijssers, voor het samen deelnemen aan de bijeenkomst en voor het afnemen van de interviews.